Activiteit 01
Woordkaarten: Splitsen en Maken
Deel kaarten uit met samengestelde woorden en losse woordjes zoals 'brand' en 'weer'. Leerlingen splitsen woorden door de juiste kaarten te matchen en maken nieuwe combinaties, zoals 'brandweerauto'. Sluit af met voorlezen van zinnen met hun woorden.
Welke twee woordjes zie je in het woord 'brandweer'?
FacilitatietipTijdens Woordkaarten: Splitsen en Maken geef je de leerlingen precies drie minuten per kaart om de delen te benoemen, zodat de uitdaging niet te groot wordt.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een samengesteld woord, bijvoorbeeld 'fietsbel'. Vraag hen om op de achterkant de twee woorddelen te schrijven ('fiets' en 'bel') en één zin te maken waarin ze het woord gebruiken.