Activiteit 01
Kaartenspel: Woordkaarten rangschikken
Geef groepjes woordkaarten met onderwerpen, werkwoorden en bijwoorden. Laat kinderen kaarten in logische volgorde leggen om zinnen te vormen, zoals 'De kat rent snel'. Schrijf de zin op en lees voor aan de groep. Wissel kaarten na vijf zinnen.
Kun je een zin maken over je favoriete dier?
FacilitatietipTijdens het kaartenspel leg je de woordkaarten verspreid op tafel en vraag je leerlingen om ze in de juiste volgorde te leggen voordat ze de zin voorlezen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met drie losse woorden (bv. 'kat', 'slaapt', 'nu'). Vraag hen om hier een goede zin van te maken op een strook papier, inclusief hoofdletter en punt. Controleer op correcte woordvolgorde en interpunctie.