Activiteit 01
Paarwerk: Signaalwoorden sorteren
Deel kaarten uit met zinnen uit kinderboeken. Leerlingen sorteren ze in twee stapels: vergelijken of tegenstellen, en onderbouwen met signaalwoorden. Sluit af met een korte uitwisseling van voorbeelden.
Wat is hetzelfde bij deze twee dieren of personages?
FacilitatietipLaat bij 'Signaalwoorden sorteren' de leerlingen hardop denken en hun keuzes uitleggen, zodat je hun redenering kunt volgen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met twee dieren (bijvoorbeeld een leeuw en een tijger). Vraag hen één ding te schrijven wat ze hetzelfde hebben en één ding wat ze anders hebben, met behulp van de geleerde signaalwoorden.