Skip to content

Tekstsoorten: Informatieve tekstenActiviteiten & didactische strategieën

Actief leren werkt bij dit onderwerp omdat leerlingen door beweging en tastbare materialen de structuur van informatieve teksten direct kunnen ervaren. Door verschillende tekstkenmerken te manipuleren en te vergelijken, bouwen ze een helder begrip op van het doel van deze teksten.

Groep 3Van Klank naar Verhaal: Ontdekkend Lezen en Schrijven4 activiteiten25 min40 min

Leerdoelen

  1. 1Classificeer gegeven teksten als informatief of verhalend op basis van hun kenmerken.
  2. 2Leg uit hoe specifieke kenmerken (zoals kopjes, afbeeldingen met bijschriften) bijdragen aan het begrijpen van een informatieve tekst.
  3. 3Vergelijk de leesstrategieën die nodig zijn voor informatieve teksten met die voor verhalende teksten.
  4. 4Identificeer het hoofddoel van een informatieve tekst, namelijk het overbrengen van feiten en kennis.

Wil je een compleet lesplan met deze leerdoelen? Genereer een missie

35 min·kleine groepen

Stationrotatie: Tekstkenmerken Jagen

Richt vier stations in met informatieve boeken over dieren, planten, vervoer en seizoenen. Kinderen noteren per station drie kenmerken zoals kopjes of pijlen. Wissel na 7 minuten van station en bespreek vondsten plenair.

Voorbereiding & details

Wat leer je van een informatief boek?

Facilitatietip: Tijdens Stationrotatie: Tekstkenmerken Jagen, loop rond en luister naar hoe leerlingen de kenmerken benoemen, zodat je precies weet waar extra uitleg nodig is.

Setup: Tafels/bureaus verspreid door het lokaal in 4-6 duidelijke stations

Materials: Instructiekaarten per station, Uiteenlopende materialen per opdracht, Timer voor de rotaties

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
25 min·paren

Sorterspel: Informatief of Verhaal?

Leg kaarten met fragmenten uit boeken klaar. In paren sorteren kinderen ze in ´informatief´ of ´verhaal´ en rechtvaardigen met een kenmerk. Verzamel en bespreek sorteerresultaten op het bord.

Voorbereiding & details

Hoe lees je een informatief boek anders dan een verhalenboek?

Facilitatietip: Bij Sorterspel: Informatief of Verhaal?, geef elke groep een sticker of markering om hun keuze te visualiseren en bespreek deze met de klas na afloop.

Setup: Tafels/bureaus verspreid door het lokaal in 4-6 duidelijke stations

Materials: Instructiekaarten per station, Uiteenlopende materialen per opdracht, Timer voor de rotaties

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
40 min·individueel

Zelf Informatief Boekje Maken

Elk kind kiest een dier en maakt een mini-boekje met kopje, opsomming en tekening met bijschrift. Deel met de klas en leg uit waarom het informatief is.

Voorbereiding & details

Waarvoor kun je een informatief boek gebruiken?

Facilitatietip: Bij Zelf Informatief Boekje Maken, laat leerlingen eerst een eenvoudig voorbeeld zien met alle vereiste elementen voordat ze zelf beginnen.

Setup: Tafels/bureaus verspreid door het lokaal in 4-6 duidelijke stations

Materials: Instructiekaarten per station, Uiteenlopende materialen per opdracht, Timer voor de rotaties

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
30 min·paren

Vergelijklezen: Boek naast Boek

Geef paren een informatief en verhalend boek over hetzelfde onderwerp. Ze vullen een tabel met verschillen in structuur en doel. Bespreek hoe leesstrategieën verschillen.

Voorbereiding & details

Wat leer je van een informatief boek?

Facilitatietip: Tijdens Vergelijklezen: Boek naast Boek, geef elk duo een vast format voor hun notities zodat de vergelijking gestructureerd verloopt.

Setup: Tafels/bureaus verspreid door het lokaal in 4-6 duidelijke stations

Materials: Instructiekaarten per station, Uiteenlopende materialen per opdracht, Timer voor de rotaties

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden

Dit onderwerp onderwijzen

Begin met concrete voorbeelden en laat leerlingen eerst observeren voordat ze zelf aan de slag gaan. Vermijd abstracte uitleg over tekstsoorten zonder visuele ondersteuning, want voor groep 3 is het essentieel om de structuur fysiek te kunnen aanraken en te manipuleren. Gebruik altijd teksten uit hun eigen belevingswereld, zoals dieren of weer, om de relevantie te vergroten.

Wat je kunt verwachten

Succesvolle leerlingen herkennen en benoemen de kenmerken van informatieve teksten zoals kopjes, opsommingstekens en bijschriften in nieuwe teksten. Ze kunnen uitleggen waarom een tekst informatief is en niet verhalend, en passen dit toe in eigen werk.

Deze activiteiten zijn een startpunt. De volledige missie is de ervaring.

  • Compleet facilitatiescript met docentendialogen
  • Printklaar leerlingmateriaal, klaar voor de klas
  • Differentiatiestrategieën voor elk type leerling
Genereer een missie

Pas op voor deze misvattingen

Veelvoorkomende misvattingTijdens Stationrotatie: Tekstkenmerken Jagen, denken leerlingen dat alle boeken met plaatjes informatief zijn.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Geef tijdens deze activiteit alleen teksten waarbij de plaatjes expliciet bijgeschreven zijn met uitleg of waar kopjes en opsommingstekens duidelijk de informatie structureren. Benadruk dat plaatjes alleen niet voldoende zijn.

Veelvoorkomende misvattingTijdens Vergelijklezen: Boek naast Boek, veronderstellen leerlingen dat informatieve teksten een verhaallijn hebben zoals verhalenboeken.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Tijdens deze activiteit markeer je samen met de leerlingen fragmenten die feiten bevatten en vergelijk je deze met fragmenten uit verhalen waarin gebeurtenissen staan. Zo zie je direct het verschil in opbouw.

Veelvoorkomende misvattingTijdens Sorterspel: Informatief of Verhaal?, lezen leerlingen informatieve teksten net als verhalen door van begin tot eind.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Laat tijdens deze activiteit leerlingen eerst scannen op trefwoorden en structuurelementen voordat ze de tekst lezen. Geef ze een checklist met kenmerken die ze moeten zoeken.

Toetsideeën

Uitgangskaart

Na Stationrotatie: Tekstkenmerken Jagen, geef leerlingen twee tekstfragmenten met een vraag om aan te kruisen welk fragment informatief is en waarom (bijv. door het kopje of de opsomming).

Snelle Controle

Tijdens Sorterspel: Informatief of Verhaal?, observeer hoe leerlingen hun keuzes toelichten en vraag hen om minimaal één kenmerk te noemen dat hen helpt het verschil te maken.

Discussievraag

Na Vergelijklezen: Boek naast Boek, vraag de klas om situaties te bedenken waarin ze een informatief boek zouden gebruiken (bijv. om iets op te zoeken) versus een verhalend boek (bijv. om te ontspannen).

Uitbreidingen & ondersteuning

  • Laat snelle leerlingen een informatieve poster maken over een zelfgekozen onderwerp met minimaal drie tekstkenmerken en een bijschrift bij een foto.
  • Geef leerlingen die moeite hebben een werkblad met al ingevulde kopjes en opsommingstekens, zodat ze alleen nog de juiste informatie hoeven toe te voegen.
  • Extra tijd? Laat leerlingen een informatieve tekst schrijven en illustreren voor een jongere klasgenoot, waarbij ze alle geleerde structuurelementen toepassen.

Kernbegrippen

Informatieve tekstEen tekst die feiten, uitleg of informatie geeft over een specifiek onderwerp, zoals dieren, geschiedenis of wetenschap.
Verhalende tekstEen tekst die een verhaal vertelt, met personages, een plot en vaak een chronologische volgorde.
KopjeEen korte titel boven een alinea of sectie in een informatieve tekst die aangeeft waar dat deel over gaat.
BijschriftEen korte tekst die bij een afbeelding of foto hoort en uitlegt wat er te zien is.
FeitEen bewering die waar is en bewezen kan worden, in tegenstelling tot een mening of een verzinsel.

Klaar om Tekstsoorten: Informatieve teksten te onderwijzen?

Genereer een volledige missie met alles wat je nodig hebt

Genereer een missie