In dit laatste onderwerp onderzoeken we de complexe relatie tussen macht en vrijheid. We analyseren het onderscheid van Isaiah Berlin tussen negatieve vrijheid (vrij zijn *van* bemoeienis) en positieve vrijheid (vrij zijn *tot* zelfontplooiing). Daarnaast kijken we met Michel Foucault naar hoe macht niet alleen van bovenaf komt, maar verweven is in onze taal, instituties en ons gedrag (disciplinering).
SLO Kerndoelen en EindtermenDomein F: Sociale en politieke filosofieDomein B: Wijsgerige antropologie
Leerlingen onderzoeken in groepjes hoe macht en disciplinering zichtbaar zijn in de architectuur, de regels en de digitale systemen (zoals Magister) van hun eigen school. Ze presenteren hun bevindingen aan de hand van Foucault.
Een debat over de vraag of de overheid burgers mag 'nudgen' (subtiel sturen) naar gezonde keuzes. Leerlingen gebruiken Berlin's concepten om te bepalen of dit de vrijheid vergroot of juist beperkt.
Hoe oefent de moderne samenleving macht uit over individuen?
Denken-Delen-Uitwisselen: Ben je vrij op sociale media?
Leerlingen reflecteren op hoe algoritmes hun keuzes beïnvloeden. Ze bespreken in paren of ze 'negatief vrij' zijn (niemand dwingt hen) maar misschien 'positief onvrij' (ze zijn slaaf van hun impulsen).
Mag de staat ingrijpen om burgers tegen zichzelf te beschermen?
Macht is altijd iets slechts dat door een tiran wordt uitgeoefend.
Volgens Foucault is macht productief en overal aanwezig; het vormt wie we zijn. Door leerlingen alledaagse voorbeelden van 'normalisering' te laten zoeken, begrijpen ze dat macht subtieler werkt dan alleen onderdrukking.
Vrijheid betekent gewoon dat je alles kunt doen wat je wilt.
Dit is slechts negatieve vrijheid. Positieve vrijheid vraagt om zelfbeheersing en de middelen om je doelen te bereiken. Discussie over verslaving of groepsdruk helpt dit onderscheid te verduidelijken.