In dit laatste thema onderzoeken we de spanning tussen individuele vrijheid en de collectieve regels van een democratie (SLO Domein E3). We bespreken het onderscheid tussen negatieve vrijheid (vrij zijn *van* dwang) en positieve vrijheid (vrij zijn *tot* zelfontplooiing) van Isaiah Berlin. Ook de 'paradox van tolerantie' van Karl Popper komt aan bod: moet een democratie ook diegenen tolereren die de democratie willen afschaffen?
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Domein E: Sociale en politieke filosofieEindterm E3: Vrijheid en burgerschap
Stelling: 'We moeten groepen die de democratie haten verbieden'. Leerlingen nemen positie in en moeten hun keuze onderbouwen met Poppers argumenten of juist met het principe van vrije meningsuiting.
Waar eindigt jouw vrijheid en begint die van een ander?
Groepjes krijgen verschillende wetten (bijv. helmplicht, leerplicht, verbod op diefstal). Ze moeten analyseren of deze wetten de negatieve vrijheid beperken en of ze de positieve vrijheid vergroten, en dit presenteren op een flip-over.
Een leerling speelt de burgemeester die moet beslissen over een controversiële demonstratie. Andere leerlingen adviseren vanuit het perspectief van Berlin (vrijheid) en Popper (bescherming van de democratie).
Mag een tolerante samenleving intolerant zijn tegen intolerantie?
Vrijheid betekent dat je alles mag doen wat je wilt.
Dit is een te simpele opvatting. Filosofisch gezien botst jouw vrijheid altijd met die van een ander. Door het schadebeginsel van Mill te bespreken, leren leerlingen waar de legitieme grens van vrijheid ligt.
Democratie is gewoon 'de meeste stemmen gelden'.
Een pure meerderheidsheerschappij kan de rechten van minderheden vertrappen. Actieve discussie over grondrechten helpt leerlingen inzien dat een democratie ook bescherming van minderheden vereist.