Overheidsingrijpen is de logische reactie op het marktfalen dat in het vorige onderwerp is besproken. In dit deel van het curriculum (Domein D3) leren leerlingen hoe de Nederlandse overheid instrumenten zoals belastingen, subsidies en prijsregulering gebruikt om de marktuitkomst te beïnvloeden. De focus ligt op het internaliseren van externe effecten en het beschermen van consumenten of producenten.
SLO Kerndoelen en EindtermenDomein D: MarktSubdomein D3: Overheidsingrijpen
Organiseer een rechtszaak waarbij de overheid een accijns op frisdrank wil invoeren. Verschillende groepen vertegenwoordigen de frisdranklobby, de gezondheidsraad en de consumentenbond. Ze presenteren hun argumenten op basis van elasticiteit en welvaartseffecten.
Waarom stelt de overheid minimum- en maximumprijzen in?
Hang posters op met grafieken van minimum- en maximumprijzen. Leerlingen lopen in duo's langs de posters en moeten per grafiek aangeven of er sprake is van een aanbod- of vraagoverschot en wat de gevolgen zijn voor het surplus.
Geef groepjes de opdracht om te berekenen wie het meeste profiteert van een subsidie op elektrische auto's: de koper of de verkoper. Ze gebruiken hiervoor verschillende prijselasticiteiten van de vraag en presenteren hun conclusie op een flipover.
Hoe kunnen externe effecten worden geïnternaliseerd?
Een minimumprijs wordt altijd onder de evenwichtsprijs ingesteld.
Een minimumprijs is alleen effectief als deze *boven* de evenwichtsprijs ligt om producenten te beschermen. Ligt deze eronder, dan heeft het geen effect. Door leerlingen zelf lijnen te laten trekken in een grafiek, zien ze direct wanneer een prijs 'bindend' is.
De overheid verdient altijd aan een accijns.
Hoewel de overheid belastingopbrengsten ontvangt, gaat dit vaak gepaard met een afname van de totale welvaart (de driehoek van Harberger). Het doel is vaak gedragsbeïnvloeding, niet alleen schatkistvulling. Discussie over de doelen van de overheid helpt dit in perspectief te plaatsen.