Skip to content
Economie · Klas 5 VWO

Ideeën voor actief leren

Marktvormen en marktfalen

Dit onderwerp duikt in de verschillende structuren waarin bedrijven opereren, van de perfecte concurrentie tot het monopolie. Leerlingen onderzoeken hoe marktmacht de prijszetting en de geproduceerde hoeveelheid beïnvloedt. Binnen Domein D2 van de SLO kerndoelen staat de welvaartsanalyse centraal: leerlingen moeten kunnen aantonen waarom een monopolie leidt tot welvaartsverlies (deadweight loss) vergeleken met volledige mededinging.

SLO Kerndoelen en EindtermenDomein D: MarktSubdomein D2: Marktvormen
25–40 minDuo's → Hele klas3 activiteiten

Activiteit 01

Circuitmodel40 min · Kleine groepjes

Circuitmodel: Marktvormen herkennen

Richt vier stations in met voorbeelden uit de echte wereld (bijv. de energiemarkt, de lokale bakker, Microsoft, de NS). Leerlingen roteren in groepjes en bepalen per station de marktvorm op basis van het aantal aanbieders en de aard van het product.

Wat zijn de kenmerken van een monopolie?
OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 02

Formeel debat30 min · Hele klas

Formeel debat: Monopolies, goed of slecht?

Verdeel de klas in voor- en tegenstanders van monopolies in de tech-sector. Gebruik argumenten over innovatiekracht (R&D budget) versus hoge prijzen en gebrek aan keuze voor de consument om het debat te voeren.

Hoe beïnvloedt de marktvorm het totale surplus?
AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementBesluitvorming
Volledige les genereren

Activiteit 03

Onderzoekskring25 min · Duo's

Onderzoekskring: Surplus berekenen

Geef leerlingen een complexe grafiek van een monopolie. In tweetallen moeten ze de gebieden voor consumentensurplus, producentensurplus en de Harberger-driehoek inkleuren en berekenen, waarna ze hun resultaten vergelijken met een ander paar.

Wanneer spreken we van marktfalen?
AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen


Pas op voor deze misvattingen

  • Een monopolist kan elke prijs vragen die hij wil.

    Hoewel een monopolist prijszetter is, is hij nog steeds gebonden aan de betalingsbereidheid van de consument (de vraaglijn). Als de prijs te hoog is, daalt de afzet drastisch. Door leerlingen zelf een prijs-afzet-tabel te laten maken, ontdekken ze dat de totale opbrengst op een gegeven moment weer daalt.

  • Marktfalen betekent dat de markt niet meer bestaat.

    Marktfalen betekent dat de markt wel bestaat, maar geen Pareto-efficiënte uitkomst biedt. Er wordt te veel of te weinig geproduceerd vanuit maatschappelijk oogpunt. Discussies over vervuiling (negatief extern effect) helpen dit concept te verduidelijken.


Methodes gebruikt in dit overzicht