Productie draait om het transformeren van input naar output. In dit thema leren leerlingen hoe bedrijven waarde toevoegen aan grond- en hulpstoffen door de inzet van de vier productiefactoren: kapitaal, arbeid, natuur en ondernemerschap (KANO). Dit is een kernonderdeel van SLO Kerndoel 45.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 45Domein B: Arbeid en Productie
Leerlingen werken in groepen om papieren figuren te 'produceren'. Ze ervaren het verschil tussen ambachtelijke productie en arbeidsverdeling. Ze berekenen de productiviteit per werknemer en de toegevoegde waarde van hun arbeid.
Groepen brengen de bedrijfskolom van een spijkerbroek in kaart, van katoenplantage tot winkel. Ze schatten bij elke stap de toegevoegde waarde in en presenteren dit in een visueel schema.
Leerlingen krijgen cijfers van een fictieve limonadekraam. Ze berekenen individueel de omzet en winst, vergelijken hun berekeningen in paren en bespreken waarom een hoge omzet niet altijd een hoge winst betekent.
Omzet is al het geld dat binnenkomt door verkoop. Winst is wat overblijft nadat alle kosten (inkoop en bedrijfskosten) van de omzet zijn afgetrokken. Een visueel schema van de 'winst-pijplijn' helpt leerlingen dit onderscheid te onthouden.
Productiefactor 'kapitaal' betekent alleen contant geld.
In de economie omvat kapitaal vooral kapitaalgoederen zoals machines, gebouwen en gereedschappen. Door leerlingen een lijst te laten maken van de inventaris van een bakkerij, zien ze dat kapitaal tastbare hulpmiddelen zijn.