Online omgangsvormen, ook wel netiquette genoemd, zijn essentieel voor een veilig klassenklimaat in de digitale wereld. In groep 6 beginnen veel leerlingen met groepsapps en sociale media. Ze realiseren zich vaak niet dat tekstberichten harder kunnen aankomen dan gesproken woorden, omdat gezichtsuitdrukkingen en toon ontbreken. Dit onderwerp sluit aan bij de SLO-doelen voor mediawijsheid en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Twee leerlingen spelen een gesprek na via 'papieren berichtjes'. De rest van de klas observeert hoe een neutraal bedoeld berichtje verkeerd begrepen kan worden en bedenkt samen hoe je dit duidelijker had kunnen typen.
Hoe praat je online op een aardige manier met elkaar?
Verdeel de klas in voor- en tegenstanders van bepaalde regels (bijv. 'geen berichten na 20:00 uur' of 'geen stickers sturen'). Laat ze argumenten uitwisselen en eindig met een gezamenlijk 'klassen-handvest' voor online gedrag.
Wat is het verschil tussen een grapje en pesten in een groepsapp?
Toon een berichtje zonder emoji en vraag hoe het overkomt. Laat leerlingen in tweetallen verschillende emoji toevoegen en bespreken hoe de betekenis van het bericht daardoor verandert.
Waarom komen getypte berichten soms anders over dan gesproken woorden?
Online kun je alles zeggen, want het is maar internet.
Leerlingen voelen zich soms anoniem of beschermd door een scherm. Gebruik een actieve werkvorm waarbij ze een getypt bericht 'face-to-face' moeten voorlezen om de emotionele impact tastbaar te maken.
Iedereen begrijpt mijn grapjes in de groepsapp.
Sarcasme en ironie zijn lastig online. Door verschillende interpretaties van hetzelfde bericht in de klas te bespreken, ontdekken leerlingen dat hun bedoeling niet altijd overeenkomt met hoe het wordt ontvangen.