Het internet is voor veel kinderen in groep 4 een magisch, onzichtbaar iets. In dit onderwerp maken we het internet concreet. We bespreken dat het een wereldwijd netwerk is van computers die met elkaar verbonden zijn via kabels en signalen. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor Mediawijsheid en ICT-basisvaardigheden: het begrijpen van netwerken.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Digitale Geletterdheid - Mediawijsheid: Begrijpen van de gemedialiseerde wereldSLO Digitale Geletterdheid - ICT-basisvaardigheden: Begrijpen van netwerken
Geef elke leerling een bolletje wol. Eén leerling is de 'server' met een filmpje. Door de wol naar elkaar over te gooien, maken ze een web van verbindingen. Zo zien ze hoe een berichtje via verschillende wegen bij de ontvanger komt.
Ga met de klas op onderzoek uit in de school. Zoek naar de router, de internetkabels in het plafond en de aansluitingen in de muur. Maak een gezamenlijke kaart van hoe het internet de klas binnenkomt.
Stel de vraag: 'Hoe kan oma in Turkije of Suriname jouw foto zien?'. Leerlingen bedenken de route van de foto, bespreken dit in tweetallen en tekenen daarna de reis van de foto over de wereldbol.
Hoewel Wi-Fi onzichtbaar is, reist het internet grotendeels door dikke kabels onder de grond en de zee. Door foto's van zeekabels te laten zien, begrijpen leerlingen dat het internet een fysieke infrastructuur heeft.
Alles op internet staat op mijn eigen computer.
Leerlingen denken vaak dat YouTube-filmpjes 'in' hun tablet wonen. Door de server-client relatie na te spelen, leren ze dat ze informatie van een andere computer lenen om te bekijken.