Het bedienen van touchscreens en knoppen lijkt voor veel kinderen vanzelfsprekend, maar vereist een specifieke fijne motoriek en begrip van oorzaak-gevolg. In dit thema oefenen leerlingen met de praktische vaardigheden die nodig zijn om ICT-middelen effectief te gebruiken. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor Praktische ICT-vaardigheden, waarbij de focus ligt op de basishandelingen zoals swipen, tikken en het vinden van de aan-uitknop.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Digitale Geletterdheid - Praktische ICT-vaardigheden
Richt drie stations in: één met een tablet (oefenen met swipen), één met een oud toetsenbord (knoppen indrukken) en één met een rekenmachine. Leerlingen wisselen door en ontdekken welke beweging bij welk apparaat hoort.
De leerkracht speelt de tablet en de leerling is de gebruiker. Als de leerling 'swipet' in de lucht, stapt de leerkracht opzij om een nieuwe 'pagina' (een tekening) te laten zien. Zo leren ze de logica van bewegingen.
De leerkracht doet alsof hij niet weet hoe de tablet aangaat of hoe je naar de volgende foto gaat. Een leerling komt voor de klas om de juiste handeling voor te doen en uit te leggen.
Harder drukken zorgt dat het apparaat sneller werkt.
Veel kleuters drukken te hard op een scherm als het traag reageert. Door te experimenteren met een 'zachte veer-aanraking' versus hard drukken, ontdekken ze via directe ervaring dat een lichte aanraking voldoende is.
Alle schermen zijn touchscreens.
Kinderen proberen vaak op een computerscherm of tv te swipen. Door een gallery walk langs verschillende schermen in school te doen, leren ze door te proberen welke schermen wel en niet reageren op aanraking.