In dit thema duiken we in de structuur van de landelijke politiek: de rol van de Koning, de regering en het parlement. Leerlingen leren dat Nederland een constitutionele monarchie is, waarbij de macht van de Koning beperkt is door de wet. We bespreken de taken van de minister-president en hoe de Eerste en Tweede Kamer wetten controleren. Dit sluit aan bij kerndoel 36.
Speel het proces na: een 'minister' stelt een wet voor (bijv. gratis fruit voor alle kinderen). De 'Tweede Kamer' debatteert en stemt, waarna de 'Eerste Kamer' de wet controleert en de 'Koning' een handtekening zet.
Groepjes zoeken foto's van de Koning bij verschillende activiteiten (Prinsjesdag, staatsbezoek, lintje doorknippen). Ze categoriseren deze: wat is 'werk' voor de regering en wat is 'vertegenwoordigen' van het land?
Denken-Delen-Uitwisselen: Als ik minister-president was...
Leerlingen bedenken één ding dat ze in heel Nederland zouden willen veranderen. Ze bespreken met een partner welke minister (bijv. van Onderwijs of Natuur) daarover zou gaan.
De Koning is de baas van Nederland en bepaalt de wetten.
Veel kinderen denken dat een koning nog steeds absolute macht heeft. Door het wetgevingsproces na te spelen, ontdekken ze dat de ministers en het parlement de beslissingen nemen en de Koning vooral een symbool is.
De regering en de Tweede Kamer zijn hetzelfde.
Dit onderscheid is lastig. We gebruiken een actieve werkvorm waarbij de Kamer de regering 'controleert' (vragen stelt) om te laten zien dat dit twee verschillende groepen zijn met verschillende taken.