Activiteit 01
Onderzoekskring: De Gezichts-meter
In paren meten leerlingen elkaars gezicht op met strookjes papier of linialen. Ze controleren algemene regels (zoals: de ogen zitten op de helft van het hoofd) en ontdekken waar de individuele afwijkingen zitten.
Waarom staan de ogen vaak lager in het gezicht dan we instinctief denken?
FacilitatietipTijdens De Gezichts-meter: laat leerlingen niet alleen de afstanden meten, maar ook hardop denken over waarom ze denken dat bepaalde proporties anders zijn voordat ze meten.
Waar je op moet lettenLaat leerlingen een schematische tekening maken van een gezicht met alleen de hoofdlijnen (ooglijn, neusbasis, mondlijn) en de belangrijkste proporties aangegeven met lijnen en afstanden. Vraag hen vervolgens één zin op te schrijven die verklaart waarom de ogen lager geplaatst worden dan vaak gedacht.