Activiteit 01
Denken-Delen-Uitwisselen: Attributen van Identiteit
Leerlingen maken een lijst van drie objecten die hun persoonlijkheid typeren. In paren bespreken ze hoe ze deze objecten op een symbolische manier in een zelfportret zouden kunnen verwerken zonder dat het te letterlijk wordt.
Welke attributen zou jij toevoegen aan een zelfportret om te laten zien wie je echt bent?
FacilitatietipTijdens Think-Pair-Share: geef leerlingen tijd om eerst individueel hun attributen te ordenen voordat ze in duo’s discussiëren, dat zorgt voor diepere reflectie.
Waar je op moet lettenLaat leerlingen elkaars concepten voor een zelfportret presenteren. Geef studenten de opdracht om minimaal twee gerichte vragen te stellen over de keuze van attributen en de beoogde boodschap. Vraag hen daarnaast één suggestie te geven voor een alternatief attribuut en waarom.
BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 02
Gallery Walk: Selfie vs. Zelfportret
Hang een reeks beroemde zelfportretten (bijv. Rembrandt, Van Gogh, Frida Kahlo) naast een reeks alledaagse selfies. Leerlingen lopen rond en noteren de verschillen in compositie, lichtval en de 'boodschap' die de maker uitstraalt.
Hoe verschilt een geschilderd zelfportret van een moderne selfie?
FacilitatietipBij Gallery Walk: hang de selfies en zelfportretten afwisselend op en laat leerlingen in stilte notities maken voordat ze in groepjes bespreken, dat voorkomt oppervlakkige vergelijkingen.
Waar je op moet lettenVraag leerlingen op een kaartje te noteren: 1) Eén attribuut dat zij zouden toevoegen aan hun eigen zelfportret en waarom. 2) Eén verschil tussen hun zelfportretconcept en een typische selfie.
BegrijpenToepassenAnalyserenCreërenRelatievaardighedenSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 03
Onderzoekskring: De Abstracte Identiteit
Groepjes krijgen de opdracht om een 'groeps-zelfportret' te maken zonder gezichten te gebruiken. Ze moeten kleuren, vormen en texturen kiezen die de dynamiek en het karakter van hun groep vertegenwoordigen.
Kan een abstract werk ook een zelfportret zijn?
FacilitatietipVoor Collaborative Investigation: geef elke groep een beperkte set materialen (bijvoorbeeld alleen potlood en verf) om creativiteit te stimuleren en overdaad te voorkomen.
Waar je op moet lettenToon een selectie van zelfportretten uit verschillende periodes. Vraag leerlingen om in tweetallen de belangrijkste symboliek in elk portret te benoemen en te noteren welke identiteitskenmerken de kunstenaar wilde benadrukken.
AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren→Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen
Begin met concrete voorbeelden uit de kunstgeschiedenis om leerlingen te laten zien hoe attributen identiteit dragen. Vermijd direct te werken met abstracte theorie, want dat leidt vaak tot onduidelijkheid. Gebruik in plaats daarvan visuele analysemodellen zoals ‘Wat zie ik?’, ‘Wat kan het betekenen?’ en ‘Waarom heeft de kunstenaar dit gekozen?’ om leerlingen stap voor stap te trainen in betekenisgeving.
Succesvolle leerlingen tonen aan dat ze identiteit kunnen analyseren door attributen te koppelen aan persoonlijke eigenschappen of waarden. Ze gebruiken die inzichten om een eigen zelfportretconcept te ontwikkelen dat hun innerlijk weerspiegelt, niet alleen hun uiterlijk.
Pas op voor deze misvattingen
Tijdens Think-Pair-Share, let op leerlingen die attributen alleen beschrijven als ‘mooi’ of ‘lelijk’.
Vraag hen om te benoemen welk gevoel of eigenschap het attribuut vertegenwoordigt, bijvoorbeeld ‘dit boek symboliseert mijn liefde voor lezen’.
Tijdens Gallery Walk, let op leerlingen die selfies en zelfportretten vergelijken op uiterlijk.
Stuur hun aandacht naar de keuze van attributen en de boodschap achter de afbeelding, bijvoorbeeld ‘Waarom heeft deze kunstenaar juist die kleding gekozen?’
Methodes gebruikt in dit overzicht