Kunstmatige Intelligentie (AI) transformeert de gezondheidszorg in een razendsnel tempo. In VWO 6 onderzoeken leerlingen hoe algoritmes worden getraind om medische beelden te analyseren, ziektes te voorspellen en gepersonaliseerde behandelplannen te maken. We kijken naar de techniek achter 'machine learning' en de noodzaak van grote, kwalitatieve datasets. Het onderwerp verbindt informatica met biologie en ethiek.
SLO Kerndoelen en EindtermenDomein B: Kennis van natuurwetenschappen en technologieDomein C: Wetenschap en samenleving
Leerlingen onderzoeken casussen waarbij AI beter presteerde dan artsen (bijv. bij het herkennen van huidkanker). Ze analyseren hoe het algoritme getraind is en presenteren de sterke en zwakke punten van zowel de mens als de machine.
Kan een algoritme een betere diagnose stellen dan een menselijke arts?
Een debat over aansprakelijkheid: als een AI een verkeerde diagnose stelt, wie is dan verantwoordelijk? De programmeur, de arts die het advies opvolgde, of het ziekenhuis? Leerlingen moeten hun standpunt onderbouwen met juridische en ethische argumenten.
Hoe beschermen we patiëntgegevens bij het gebruik van AI?
Leerlingen krijgen voorbeelden van algoritmes die minder goed presteren bij bepaalde bevolkingsgroepen door eenzijdige trainingsdata. Ze bedenken in paren strategieën om deze 'bias' te voorkomen en delen deze met de klas.
Wie is aansprakelijk als een medische AI een fout maakt?
AI is een 'magische doos' die altijd het juiste antwoord geeft.
AI is zo goed als de data waarop het getraind is. Door actieve voorbeelden van foutieve AI-voorspellingen leren leerlingen dat algoritmes patronen herkennen, maar geen echt medisch 'begrip' hebben.
AI zal binnenkort alle artsen vervangen.
AI is vooral goed in specifieke taken (zoals beeldherkenning), maar mist empathie en het vermogen om complexe, contextuele beslissingen te nemen. Actieve discussie over de arts-patiënt relatie helpt leerlingen de aanvullende rol van AI in te zien.