Activiteit 01
Onderzoekskring: De Zinsdelen-puzzel
Geef groepjes leerlingen enveloppen met losse woorden en zinsdelen op stroken. Ze moeten hiermee verschillende correcte zinnen bouwen en de zinsdelen benoemen met de juiste termen.
Analyseer hoe het onderwerp en het gezegde de kern van een zin vormen.
FacilitatietipGeef bij 'De Zinsdelen-puzzel' elke groep een set kaartjes met woorden en leeg strookjes voor de zinsdelen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een zin, bijvoorbeeld: 'De snelle vos springt over de luie hond.' Vraag hen het onderwerp en het gezegde te identificeren en te benoemen of het een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde is. Schrijf de antwoorden op een strookje.