Activiteit 01
Circuitmodel: Woordherkomststations
Richt vier stations in: leenwoorden (kaarten met voorbeelden), prefixen (oefenen raden), suffixen (bouwen woorden) en context (teksten met gaten). Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren vondsten in een logboek. Sluit af met klassenpresentaties.
Analyseer hoe Latijnse of Franse leenwoorden ons helpen de betekenis van nieuwe woorden te raden.
FacilitatietipTijdens de Woordherkomststations, loop rond en vraag leerlingen om hun redenering hardop te verwoorden bij het ontdekken van een leenwoord.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een zin met een onbekend woord, bijvoorbeeld: 'De archeoloog ontdekte een oud artefact.' Vraag hen om het woord 'artefact' te omcirkelen, het te omringen met contextuele aanwijzingen en te proberen de betekenis te raden. Laat ze vervolgens één voor- of achtervoegsel in het woord identificeren en de functie ervan benoemen.