Activiteit 01
Stationrotatie: Geboortewijzen
Richt vier stations in: eieren (beelden van nesten), levende jongen (foto's van kittens), verzorging (video's van moeders) en vergelijking met mensen (babyfoto's). Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren verschillen. Sluit af met plenair delen.
Hoe ziet een babydier eruit en hoe zorgt de moeder voor haar jong?
FacilitatietipBij stationrotatie 'Geboortewijzen' geef je elk station een duidelijke opdrachtkaart met afbeeldingen en korte instructies, zodat leerlingen zelfstandig kunnen werken.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met de naam van een dier (bijv. kat, kip, vis, spin). Vraag hen om één zin te schrijven over hoe dit dier voor zijn jongen zorgt en één zin over of het dier eieren legt of levende jongen krijgt.