
Fouten opsporen (Debugging)
Leerlingen leren dat fouten maken bij het programmeren normaal is. Ze oefenen met het systematisch zoeken naar en herstellen van fouten in een code.
Over dit onderwerp
Leerlingen leren dat fouten maken bij het programmeren normaal is. Ze oefenen met het systematisch zoeken naar en herstellen van fouten in een code.
Kernvragen
- Wat is een 'bug' in een computerprogramma?
- Hoe vind je de fout in een reeks instructies?
- Waarom is het belangrijk om je code te testen?
Meer in Computational thinking
Stap voor stap (Algoritmes)
Leerlingen ontdekken dat een algoritme een reeks instructies is om een doel te bereiken. Ze oefenen met het schrijven van stappenplannen voor alledaagse handelingen.
2 methodologies
Patronen herkennen
Leerlingen leren herhalingen en patronen te herkennen in gegevens en processen. Ze gebruiken deze patronen om problemen sneller op te lossen.
2 methodologies
Programmeren met blokken
Leerlingen zetten hun eerste stappen in het programmeren door gebruik te maken van visuele programmeertalen (blokken). Ze laten een figuurtje over het scherm bewegen.
2 methodologies