In dit onderwerp maken leerlingen kennis met de digitale wereld om hen heen. In groep 4 is het belangrijk dat kinderen het onderscheid gaan zien tussen apparaten die 'slim' zijn (met een computer erin) en apparaten die dat niet zijn. We kijken naar alledaagse voorwerpen zoals een magnetron, een tablet en een deurbel. Dit legt de basis voor de ICT-basisvaardigheden uit de SLO kerndoelen, waarbij leerlingen functies van technologie leren benoemen.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Digitale Geletterdheid - ICT-basisvaardigheden: Benoemen van functies van digitale technologieSLO Digitale Geletterdheid - ICT-basisvaardigheden: Bedienen van digitale apparaten
Richt verschillende stations in met voorwerpen zoals een zandloper, een digitale kookwekker, een papieren boek en een e-reader. Leerlingen lopen in groepjes langs de stations en sorteren de voorwerpen op basis van kenmerken zoals een scherm, batterijen of knoppen.
Toon een afbeelding van een onbekend digitaal apparaat, zoals een slimme thermostaat. Leerlingen denken eerst zelf na over de functie, bespreken dit met hun buurman en delen hun ideeën daarna met de hele klas.
Geef groepjes een lijst met functies (bijv. 'iets dat muziek maakt' of 'iets dat warm wordt'). De leerlingen zoeken in de school naar een digitaal apparaat dat deze functie vervult en maken er een tekening van.
Wat is het verschil tussen een boek en een tablet?
Een lamp heeft een stekker maar is meestal niet digitaal. Door apparaten open te maken (of foto's van de binnenkant te bekijken) ontdekken leerlingen dat een computer informatie verwerkt, wat helpt om het verschil tussen stroom en data te begrijpen.
Een computer is alleen een scherm met een toetsenbord.
Leerlingen denken vaak dat alleen laptops computers zijn. Actieve discussies over 'onzichtbare' computers in wasmachines of auto's helpen hen inzien dat chips overal in kunnen zitten.