Feesten en tradities zijn de momenten waarop cultuur en identiteit samenkomen. In dit thema maken leerlingen kennis met de rijkdom aan vieringen in Nederland: van Sinterklaas en Kerst tot Suikerfeest, Divali of het Chinees Nieuwjaar. Dit sluit aan bij SLO Kerndoel 37 en 38, waarbij respect voor elkaars achtergrond en het leren over geestelijke stromingen centraal staan.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 37SLO Kerndoel 38
Leerlingen nemen (indien mogelijk) een voorwerp mee dat bij een feest thuis hoort, of maken er een tekening van. De klas loopt rond en stelt vragen aan de 'eigenaar' van het voorwerp.
In kleine groepjes vergelijken leerlingen twee verschillende feesten aan de hand van plaatjes. Ze zoeken naar dingen die bij beide feesten horen, zoals speciale kleding, lekker eten of lichtjes.
Leerlingen oefenen hoe het is om iemand uit te nodigen voor een feest. Ze leren hoe je uitlegt wat je viert en hoe je een gast zich welkom laat voelen, ongeacht hun eigen achtergrond.
Mijn manier van vieren is de enige 'echte' manier.
Gebruik de 'venster en spiegel' methode: een feest is een spiegel voor jezelf en een venster naar de ander. Actieve uitwisseling laat zien dat elke traditie waardevol is voor de mensen die het vieren.
Feesten gaan alleen over cadeautjes krijgen.
Focus in de lessen op de verhalen en de bedoeling achter het feest. Door leerlingen te laten vertellen over wat ze samen met hun familie doen, verschuift de focus naar verbinding en traditie.