Skip to content
Beeldende vorming · Groep 3

Ideeën voor actief leren

Kleuren Mengen: Primair en Secundair

Jonge kinderen leren door te doen en te ervaren, zeker bij kleurtheorie waar abstracte concepten direct zichtbaar worden. Door zelf te mengen ontdekken ze dat kleuren niet alleen mooi zijn, maar ook wetmatigheden volgen die ze zelf kunnen ontdekken en controleren.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: KleurgebruikSLO: Basisonderwijs - Kunstzinnige oriëntatie: Technieken
15–30 minDuo's → Hele klas3 activiteiten

Activiteit 01

Onderzoekskring30 min · Kleine groepjes

Onderzoekskring: De Kleurenkeuken

In kleine groepjes krijgen leerlingen alleen de primaire kleuren en wit. Hun missie is om zoveel mogelijk verschillende tinten groen of oranje te maken en deze op een gezamenlijk 'receptenblad' te schilderen.

Analyseer wat er gebeurt met een kleur als je er steeds een beetje wit bij doet.

FacilitatietipGeef in De Kleurenkeuken elk groepje een duidelijke opdrachtkaart met een stap-voor-stap beschrijving van het mengproces, zodat ze zelfstandig aan de slag kunnen.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een klein kaartje met twee primaire kleuren erop (bijvoorbeeld rood en geel). Vraag hen om op de achterkant te tekenen welke kleur er ontstaat als je deze twee mengt, en schrijf erbij hoe de nieuwe kleur heet.

AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 02

Denken-Delen-Uitwisselen: De Toverformule

De leerkracht laat een secundaire kleur zien (bijv. paars). Leerlingen overleggen in tweetallen welke twee primaire kleuren 'getrouwd' zijn om deze kleur te maken en testen hun hypothese direct met verf.

Verklaar waarom sommige kleuren als 'warm' en andere als 'koud' worden ervaren.

FacilitatietipBij De Toverformule laat je de leerlingen eerst individueel nadenken voordat ze hun ideeën met een klasgenoot delen, zodat iedereen de kans krijgt om zijn gedachten te ordenen.

Waar je op moet lettenLaat de leerlingen een schilderij of een foto bekijken. Stel de vraag: 'Welke kleuren denk je dat de kunstenaar heeft moeten mengen om deze specifieke kleur groen te krijgen? Waarom denk je dat?'

BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 03

Plannen-Doen-Terugkijken30 min · Kleine groepjes

Stationrotatie: Tinten en Tonen

Bij station A voegen leerlingen wit toe aan een kleur, bij station B zwart, en bij station C mengen ze twee kleuren. Ze ontdekken zo hoe een kleur verandert van fel naar pastel of donker.

Hypothetiseer hoe een schilder een specifieke nieuwe kleur heeft gecreëerd.

FacilitatietipZet bij Stationrotatie Tinten en Tonen de materialen (kwasten, water, paletten) klaar op de juiste plekken en geef aan elke station een duidelijke tijdsindicatie, zodat de rotatie soepel verloopt.

Waar je op moet lettenObserveer de leerlingen tijdens het mengen. Stel gerichte vragen zoals: 'Hoe maak je deze kleur oranje lichter? Welke kleur moet je erbij doen om het meer richting rood te krijgen?' Noteer de antwoorden en de mate van succes.

OnthoudenToepassenAnalyserenZelfmanagementBesluitvormingZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Ervaren leerkrachten benadrukken dat kleurmenging het beste werkt als leerlingen eerst met kleine hoeveelheden experimenteren. Vermijd het direct geven van antwoorden; moedig ze aan om hun waarnemingen te verwoorden en vergelijkingen te maken tussen verschillende mengsels. Let op dat leerlingen niet te veel water gebruiken, want dan worden de kleuren te bleek en onduidelijk.

Succesvolle leerlingen kunnen na de activiteiten uitleggen dat primaire kleuren de basis vormen, secundaire kleuren zelfstandig samenstellen en beschrijven hoe mengverhoudingen de tint beïnvloeden. Ze gebruiken daarbij de juiste kleurtermen en tonen nieuwsgierigheid naar hoe kleuren veranderen.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens De Kleurenkeuken denken leerlingen vaak dat alle kleuren mengen tot wit.

    Laat de leerlingen alle drie de primaire kleuren in gelijke hoeveelheden mengen op een apart vel papier. Benadruk dat de modderige kleur die ontstaat geen wit is, maar een mengsel dat geen licht meer reflecteert, en bespreek het verschil tussen licht en verf.

  • Tijdens De Toverformule veronderstellen leerlingen dat blauw en rood altijd direct een mooi paars maken.

    Geef de leerlingen een palet met verschillende blauwtinten en roodtinten. Laat ze eerst kleine hoeveelheden mengen en vraag hen om te experimenteren met verhoudingen. Gebruik de vraag: 'Wat gebeurt er als je minder blauw gebruikt? Hoe verandert de kleur?' om ze bewust te maken van de invloed van pigmentkwaliteit.


Methodes gebruikt in dit overzicht