Skip to content
Beeldende vorming · Groep 3

Ideeën voor actief leren

Schilderen als een Meester: Van Gogh

Actief leren werkt voor dit onderwerp omdat leerlingen via tastbare ervaring en visuele analyse het kleurgebruik en de penseelvoering van Van Gogh zelf ontdekken. Door kleuren te voelen, te mixen en te vergelijken zien ze hoe emotie en beweging in kunst zichtbaar worden, wat abstracte concepten concreet maakt.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: KunstbeschouwingSLO: Basisonderwijs - Kunstzinnige oriëntatie: Erfgoed
20–45 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Circuitmodel45 min · Kleine groepjes

Stationrotatie: Van Gogh Schilderijstations

Richt vier stations in: 1. Kleuranalyse van De Zonnebloemen, 2. Penseelstreken observeren in De Sterrennacht, 3. Emoties benoemen, 4. Eigen kleurhypothese schetsen. Groepen rotëren elke 10 minuten en vullen observatiekaarten in.

Analyseer welke kleuren het meest prominent zijn in een beroemd schilderij van Van Gogh.

FacilitatietipZorg bij Stationrotatie: Van Gogh Schilderijstations dat elk station een duidelijke opdracht heeft met materialen zoals penseel, verf en een vergrootglas, zodat leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen.

Waar je op moet lettenLaat leerlingen een klein deel van een Van Gogh reproductie bekijken. Vraag hen op een kaartje te schrijven: 'Welke kleur valt het meest op en waarom?' en 'Hoe denk je dat de verf hier is aangebracht?'

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 02

Circuitmodel30 min · Duo's

Parenwerk: Stijl Nabootsen

In paren kiezen leerlingen een Van Gogh-schilderij, mengen kleuren met paletmes en brengen dikke streken aan op papier. Ze bespreken waarom ze kleuren kiezen en vergelijken met origineel.

Verklaar hoe Van Gogh de verf op het doek aanbracht om zijn kenmerkende stijl te creëren.

FacilitatietipGeef bij Parenwerk: Stijl Nabootsen elk paar een reproductie en een blanco vel, met de instructie om eerst de penseelstreken te analyseren voordat ze beginnen te schilderen.

Waar je op moet lettenToon twee schilderijen van Van Gogh naast elkaar. Stel de vraag: 'Welk schilderij vind je levendiger en waarom? Gebruik woorden om de kleuren en de manier waarop de verf is aangebracht te beschrijven.'

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 03

Circuitmodel20 min · Hele klas

Hele klas: Kleurdiscussie

Toon groot projectiescherm met schilderijen. Laat kinderen stemmen op dominante kleuren en uitleggen. Sluit af met groepscreatie van kleurkaart.

Hypothetiseer welke kleuren jij zou veranderen als jij de schilder was en waarom.

FacilitatietipLeid bij Hele klas: Kleurdiscussie de discussie met een voorbeeldvraag zoals: 'Waarom koos Van Gogh voor donkerblauw in plaats van zwart om schaduw te maken?' om diepere reflectie uit te lokken.

Waar je op moet lettenGeef leerlingen een blaadje met de primaire en secundaire kleuren. Vraag hen om drie combinaties te maken die volgens hen een sterk contrast vormen, net als Van Gogh dat deed.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 04

Circuitmodel25 min · Individueel

Individueel: Kleurverandering

Elk kind tekent een Van Gogh-motief en verandert drie kleuren met uitleg. Presenteer kort aan de klas.

Analyseer welke kleuren het meest prominent zijn in een beroemd schilderij van Van Gogh.

FacilitatietipVraag bij Individueel: Kleurverandering leerlingen om hun kleurkeuzes schriftelijk toe te lichten op de achterkant van hun werk, zodat ze hun denken verduidelijken.

Waar je op moet lettenLaat leerlingen een klein deel van een Van Gogh reproductie bekijken. Vraag hen op een kaartje te schrijven: 'Welke kleur valt het meest op en waarom?' en 'Hoe denk je dat de verf hier is aangebracht?'

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Ervaren docenten benaderen dit onderwerp door leerlingen eerst te laten waarnemen met zintuigen: ruiken aan verf, voelen aan textuur, en kleuren vergelijken met echte voorwerpen. Vermijd het presenteren van Van Gogh als een genie, maar benadruk dat hij uitproberend werkte. Gebruik korte demonstraties van technieken, zoals hoe een penseel wordt vastgehouden voor dikke streken, en laat leerlingen dit direct uitproberen.

Leerlingen tonen begrip door kleuren te benoemen die emotie oproepen, door Van Goghs streken te herkennen en te beschrijven, en door persoonlijke kleurkeuzes te rechtvaardigen met argumenten over contrast en textuur. Ze passen deze inzichten toe in hun eigen werk en bespreken dit met klasgenoten.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens Stationrotatie: Van Gogh Schilderijstations, horen leerlingen vaak dat Van Gogh alleen vrolijke kleuren gebruikte.

    Tijdens deze activiteit kijken leerlingen naar details op reproducties en zoeken ze naar kleuren die emotie uitdrukken, zoals grijstinten in De Aardappeleters of paars in De Sterrennacht. Benadruk dat Van Gogh een breed palet gebruikte en dat kleurkeuze vaak gaat om gevoel.

  • Tijdens Parenwerk: Stijl Nabootsen zeggen leerlingen soms dat Van Goghs streken willekeurig zijn.

    Laat leerlingen tijdens deze activiteit eerst de richting van de streken volgen met hun vinger voordat ze schilderen. Vraag hen om na te denken over waarom Van Gogh voor bepaalde bewegingen koos, zoals spiralen in De Sterrennacht.

  • Tijdens Hele klas: Kleurdiscussie denken leerlingen dat kunst altijd precies moet lijken op de werkelijkheid.

    Tijdens deze discussie toon je twee schilderijen van Van Gogh en een foto van hetzelfde onderwerp. Laat leerlingen vergelijken hoe realistisch elk werk is en bespreek waarom Van Gogh expressieve vormen gebruikte.


Methodes gebruikt in dit overzicht