Activiteit 01
Stationrotatie: Weersextremen Data
Richt vier stations in: hittegolven (grafieken temperaturen), overstromingen (satellietbeelden), orkanen (trajectkaarten) en droogtes (bodemvochtmetingen). Groepen roteren elke 10 minuten, noteren patronen en trends. Sluit af met klassenpresentatie van bevindingen.
Verklaar de relatie tussen klimaatverandering en de frequentie van weersextremen.
FacilitatietipZorg bij stationrotatie dat elke station een duidelijke, meetbare taak heeft, zoals het berekenen van neerslagtoename of het vergelijken van temperatuurrecords, zodat leerlingen actief met data werken.
Waar je op moet lettenOrganiseer een klassengesprek met de vraag: 'Stel, er wordt een extreem zware orkaan voorspeld voor New Orleans en een verwoestende overstroming voor een laaggelegen dorp in Bangladesh. Welke factoren bepalen welke gemeenschap het zwaarst getroffen zal worden, en waarom?' Laat leerlingen specifieke voorbeelden noemen van infrastructuur, economische middelen en sociale structuren.