Activiteit 01
Stationsrotatie: Atmosferische Lagen
Richt vijf stations in voor troposfeer (convectiestroom met rook), stratosfeer (UV-lamp en ozonfolie), mesosfeer (vallende sterren simulatie), thermosphere (magnetisch veld model) en exosphere. Groepen rotëren elke 10 minuten en tekenen waarnemingen. Sluit af met klassenpresentatie.
Verklaar de functie van de verschillende lagen van de atmosfeer voor het aardse klimaat.
FacilitatietipTijdens de stationsrotatie: zorg dat elke station een duidelijke, zichtbare activiteit heeft met een concreet resultaat, zoals een kaartje met de juiste laagnaam en functie.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de naam van een atmosferische laag. Vraag hen één specifieke functie van die laag te noteren en één voorbeeld van een fenomeen dat zich daar afspeelt. Vraag daarnaast welke twee gassen het meest voorkomen in de atmosfeer.