Activiteit 01
Stationrotatie: Regenmechanismen
Richt drie stations in: één met een convectiemodel (hete kaars onder plastic folie), één met orografische lift (modelberg met ventilator) en één met frontale botsing (koude en warme luchtstromen). Groepen rotëren elke 10 minuten, tekenen diagrammen en bespreken verschillen.
Verklaar de mechanismen achter stijgingsregen, stuwingsregen en frontale regen.
FacilitatietipTijdens stationrotatie: Laat leerlingen eerst individueel hypotheses opschrijven voordat ze in groepjes experimenteren met de glazen potten, zodat ze hun eigen denkproces expliciet maken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een weersituatie (bijvoorbeeld: 'Warme lucht stijgt snel op boven een zonnig weiland'). Vraag hen om het type neerslag te benoemen dat hieruit kan ontstaan en kort het proces te beschrijven.