Activiteit 01
Stationrotatie: Erosieprocessen
Richt stations in voor winddeflatie (ventilator op zandbak), corrasie (zandstraal op steen), glaciale plukking (ijsblokjes op klei rukken) en slijtage (glijdend ijs over hout). Groepen rouleren elke 10 minuten, schetsen veranderingen en meten volumeverlies. Sluit af met vergelijking van resultaten.
Differentiateer de erosieprocessen van wind en ijs en hun kenmerkende landschapsvormen.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie geef je elke groep precies 8 minuten per station om te voorkomen dat ze te lang bij één proces blijven hangen.
Waar je op moet lettenStel leerlingen de vraag: 'Noem een landschapsvorm die specifiek door wind is gevormd en leg uit welk proces (deflatie of corrasie) hiervoor verantwoordelijk is.' Verzamel de antwoorden op post-its of via een digitale tool.