Activiteit 01
Experiment: Luchtdruk met ballonnen
Vul twee ballonnen met verschillende luchtvolumes en plaats ze in een doos met openingen. Observeer hoe lucht van de strakkere naar de lossere ballonnen stroomt en wind simuleert. Meet de snelheid met een eenvoudige anemometer en bespreek de drukgradiënt. Sluit af met een korte reflectie.
Leg uit hoe verschillen in luchtdruk leiden tot wind en de richting daarvan bepalen.
FacilitatietipTijdens het ballon-experiment let op of leerlingen de luchtdrukverandering koppelen aan de beweging van de ballon, niet alleen aan de luchtstroom.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een wereldkaart met de belangrijkste hogedruk- en lagedrukgebieden aangegeven. Vraag hen om de verwachte windrichting tussen twee punten te tekenen en kort uit te leggen welke krachten hierbij een rol spelen.