Activiteit 01
Stationrotatie: Klimaatfactoren Onderzoeken
Richt vier stations in: zee-invloed (kaarten met temperatuurcurves), hoogte-effect (grafiek van lapse rate), reliëf (video regenschaduw), zeespiegel (simulatiekaarten). Groepen draaien elke 10 minuten rond en noteren observaties. Sluit af met plenair delen van conclusies.
Vergelijk het temperatuurverloop van een kustklimaat met dat van een landklimaat en verklaar de verschillen.
FacilitatietipGeef bij Stationrotatie Klimaatfactoren Onderzoeken duidelijke instructies per station en zorg dat leerlingen direct aan de slag kunnen met het meten van temperatuur of neerslagsimulaties.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart van Nederland met twee steden: een aan de kust (bv. Den Helder) en een in het binnenland (bv. Deventer). Vraag hen om voor beide steden de verwachte gemiddelde julitemperatuur en januari temperatuur te schatten en kort te verklaren waarom deze verschillen.