Activiteit 01
Paarwerk: Handlengtes meten
Leerlingen meten in paren de lengte van elkaars handen in centimeters. Ze tellen de lengtes op en delen door twee voor het gemiddelde. Tot slot vergelijken ze het met de langste en kortste hand.
Leg uit wat het gemiddelde van een reeks getallen betekent.
FacilitatietipTijdens de handlengtemeting: laat leerlingen eerst hun eigen handlengte meten voordat ze meten bij anderen, om vertrouwen en precisie te vergroten.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met 4 getallen (bijvoorbeeld 10, 12, 15, 11). Vraag hen om het gemiddelde te berekenen en op te schrijven wat dit gemiddelde betekent voor deze getallen. Controleer of de berekening klopt en de uitleg passend is.