Activiteit 01
Kaartenspel: Sorteren van Woorden
Deel kaarten uit met homoniemen en homofonen, plus contextzinnen. Leerlingen sorteren in drie stapels: homoniemen, homofonen, overig. Groepen bespreken keuzes en presenteren één voorbeeld met uitleg.
Differentiate tussen homoniemen en homofonen aan de hand van voorbeelden.
FacilitatietipTijdens het kaartenspel: zorg dat elk groepje woorden zowel homoniemen als homofonen bevat, zodat ze actief moeten vergelijken en discussiëren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met twee woorden. Vraag hen om te bepalen of het homoniemen of homofonen zijn en dit kort uit te leggen. Geef vervolgens twee zinnen, één met een homoniem en één met een homofoon, en vraag hen de betekenis te achterhalen en op te schrijven.