Activiteit 01
Stationrotatie: Voornaamwoordstations
Richt vier stations in: persoonlijke, bezittelijke, aanwijzende voornaamwoorden en gemengde zinnen. Groepen draaien elke 10 minuten, vullen fiches in met voorbeelden en bespreken fouten. Sluit af met een klassenrondje.
Hoe differentieer je tussen persoonlijke, bezittelijke en aanwijzende voornaamwoorden?
FacilitatietipBij de voornaamwoordstations staat de leerkracht klaar om leerlingen direct te corrigeren als ze een voornaamwoord verkeerd toepassen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een zin met een onderstreept woord. Vraag hen het type voornaamwoord te identificeren (persoonlijk, bezittelijk, aanwijzend) en kort uit te leggen waarom. Bijvoorbeeld: 'Ik geef jou mijn boek.' (mijn = bezittelijk, geeft aan van wie het boek is).