Activiteit 01
Kaartenspel: Woordsamensmelten
Deel kaarten uit met eerste en tweede woorddelen, zoals 'appel' en 'taart'. In groepjes voegen leerlingen ze samen, kiezen tussen-n of -s en rechtvaardigen met de regel. Controleer met een sleutelkaart en bespreek fouten.
Hoe pas je de regels voor tussen-n en tussen-s toe bij samengestelde woorden?
FacilitatietipTijdens het kaartenspel 'Woordsamensmelten' loop je rond en luister je naar de gesprekken, zodat je gericht kunt interveniëren bij fouten.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met twee woorden die samen een samengesteld woord vormen (bv. 'appel' en 'moes'). Vraag hen het samengestelde woord correct te spellen en aan te geven of er een tussen-n, tussen-s of geen tussenklank nodig is, met een korte uitleg.