Activiteit 01
Stationrotatie: Contextstations
Richt vier stations in: 1. Homoniemen-kaarten sorteren op betekenis via contextzinnen. 2. Homofonen dictee met keuze-oefeningen. 3. Verhalen aanvullen met juiste spelling. 4. Spelletje met ambiguë zinnen raden. Groepen roteren elke 10 minuten en noteren bevindingen.
Analyseer hoe de context de betekenis van een homoniem bepaalt.
FacilitatietipZorg bij Stationrotatie dat elke groep een duidelijke, visuele instructiekaart heeft met voorbeeldzinnen en een vraag om de context te analyseren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met twee zinnen. In elke zin staat een woord dat zowel een homoniem als een homofoon kan zijn (bijvoorbeeld 'leidt'). Vraag hen om voor elke zin te noteren welke betekenis het woord heeft en of het hier om een homoniem of homofoon gaat, en waarom. Ze noteren ook de correcte spelling als het een homofoon betreft.