Skip to content
Nederlands · Groep 5

Ideeën voor actief leren

Weetwoorden: ei/ij en au/ou

Ontdek hoe je een woordbouwer wordt! We gaan leren hoe je van kleine woorden grote, nieuwe woorden kunt maken, net als met legoblokjes.

SLO Kerndoelen en EindtermenKerndoelen Basisonderwijs: Kerndoel 11 - De leerlingen leren de hoofdzaken van de Nederlandse spelling en de regels voor de werkwoordspelling en passen deze toe.
15–25 minDuo's → Hele klas3 activiteiten

Activiteit 01

Circuitmodel20 min · Duo's

Woordenpuzzel

Geef leerlingen kaartjes met losse woorden. In tweetallen proberen ze zoveel mogelijk logische en correcte samenstellingen te puzzelen. Bespreek klassikaal welke woorden zijn gevormd en of er een tussenletter nodig was.

Identificeer de weetwoorden met ei/ij in een zin.

FacilitatietipZorg voor een mix van woorden die wel en geen tussenletter nodig hebben om het onderscheid duidelijk te maken.

Waar je op moet lettenGeef de leerlingen twee losse woorden op een wisbordje en vraag hen de correcte samenstelling te vormen. Controleer direct op het juiste gebruik van tussenletters.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 02

Circuitmodel15 min · Kleine groepjes

Samenstellingen-estafette

Verdeel de klas in teams. Het eerste teamlid schrijft een woord op het bord, de volgende moet er een passend woord aan vastplakken om een samenstelling te maken, enzovoort. Het team met de langste correcte 'woordenslang' wint.

Leg uit waarom je de spelling van woorden als 'pauw' en 'blauw' uit je hoofd moet leren.

FacilitatietipStimuleer creativiteit, maar corrigeer direct op onlogische combinaties of foute tussenletters.

Waar je op moet lettenEen dictee met verschillende soorten samenstellingen (zonder tussenletter, met -s- en met -en-) om de spellingvaardigheid te toetsen.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 03

Circuitmodel25 min · Kleine groepjes

De Tussenletter-detective

Geef leerlingen een lijst met samenstellingen. Ze moeten de grondwoorden omcirkelen en de tussenletter markeren. Vervolgens proberen ze in groepjes de regel te ontdekken waarom een bepaalde tussenletter is gebruikt.

Analyseer een tekst en markeer alle woorden met au/ou en ei/ij.

FacilitatietipGeef elke groep een set woorden die dezelfde regel volgt, bijvoorbeeld alleen woorden met een tussen-s.

Waar je op moet lettenLaat leerlingen hun eigen geschreven tekst controleren op samenstellingen met een checklist: 'Heb ik de woorden aan elkaar geschreven?', 'Heb ik de juiste tussenletter gebruikt?'.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Sjablonen

Sjablonen die passen bij deze Nederlands-activiteiten

Gebruik, bewerk, print of deel ze.

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Begin met duidelijke voorbeelden zonder tussenletter, zoals 'voetbal' en 'deurknop', om het concept te introduceren. Introduceer daarna de tussen-s met hoorbare voorbeelden ('stads-park'). Behandel als laatste de tussen-en regel met de 'pannenkoekregel' als ezelsbruggetje. Gebruik visuele ankers zoals woordkaarten die je fysiek aan elkaar plakt.

Na deze lessen kunnen leerlingen zelf samengestelde woorden herkennen, de losse 'bouwstenen' aanwijzen en nieuwe woorden correct in elkaar zetten met de juiste tussenletter.


Pas op voor deze misvattingen

  • Er moet altijd een tussenletter (-s of -en) tussen twee woorden in een samenstelling.

    Niet alle samenstellingen hebben een tussenletter. Woorden als 'voetbal' of 'huisdeur' worden direct aan elkaar geschreven. Een tussenletter is alleen nodig als de regels dat voorschrijven.

  • Als het eerste woord in het meervoud op -en eindigt, schrijf je altijd -en- als tussenletter.

    Dit klopt vaak, zoals bij 'pannenkoek' (meervoud: pannen). Maar de regel is specifieker: het eerste woord moet een zelfstandig naamwoord zijn dat een meervoud heeft op -en, en géén meervoud op -es. Bijvoorbeeld 'groentensoep', want het meervoud van 'groente' is 'groenten' of 'groentes'.

  • De tussen-s gebruik je als je een 's' hoort.

    Hoewel je de tussen-s vaak hoort, is dit geen betrouwbare regel. De hoofdregel is complexer, maar voor groep 5 kun je aanleren dat je vaak een tussen-s schrijft als het eerste woord ook eindigt op -heid, -teit, -schap, of als het een beroep is, zoals in 'stationsstraat'.


Methodes gebruikt in dit overzicht