Activiteit 01
Stationsrotatie: Adaptatiestations
Richt stations in voor winterslaap (modellen met thermometers), trek (kaarten met migratieroutes), camouflage (kleurmatching met achtergronden), en gedragsaanpassing (kaarten sorteren). Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren hoe adaptaties helpen. Sluit af met plenair delen.
Wat doen dieren anders in de winter dan in de zomer, zoals winterslaap of trek?
FacilitatietipTijdens de stationsrotatie loop je tussen de groepen en stel je gerichte vragen zoals: 'Waarom zou de egel juist deze hoeveelheid vet opslaan?' om dieper nadenken uit te lokken.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met de naam van een dier (bijvoorbeeld egel, zwaluw, haas). Vraag hen om één aanpassing te beschrijven die dit dier heeft om de winter te overleven en één aanpassing voor de zomer. Ze schrijven dit op hun kaart.