Ga naar de inhoud
Natuur en techniek · Groep 3 · De lucht om ons heen · Periode 3

Het weer en de seizoenen

Kinderen leren de vier seizoenen kennen en ontdekken hoe het weer en de natuur in elk seizoen veranderen.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Voortgezet onderwijs - Aardrijkskunde - KlimaatSLO: Voortgezet onderwijs - Biologie - Milieu

Over dit onderwerp

Licht en donker zijn magische fenomenen voor kinderen. In dit thema onderzoeken leerlingen hoe schaduwen ontstaan en waarom ze gedurende de dag veranderen van vorm en plek. Ze leren dat een schaduw ontstaat wanneer een voorwerp het licht van de zon (of een lamp) tegenhoudt. Dit sluit aan bij de SLO doelen over licht, schaduw en ruimtelijk inzicht.

Het onderwerp biedt een eerste kennismaking met de beweging van de aarde. Hoewel we de aarde niet voelen draaien, zien we het effect aan de veranderende stand van de zon. Leerlingen ontdekken ook dat verschillende materialen licht op verschillende manieren doorlaten: doorzichtig, ondoorzichtig of doorschijnend.

Dit thema leent zich perfect voor buitenspel en experimenten met zaklampen, waarbij leerlingen door te bewegen en te draaien de principes van lichtinval zelf ontdekken.

Kernvragen

  1. Hoe is het weer anders in de zomer dan in de winter?
  2. Welke kleding draag jij bij verschillende soorten weer?
  3. Vertel wat er in de natuur verandert van lente naar zomer naar herfst naar winter.

Leerdoelen

  • Vergelijk de weersverschillen tussen de zomer en de winter door observaties te documenteren.
  • Classificeer kledingstukken op basis van het weer waarvoor ze geschikt zijn.
  • Demonstreer de veranderingen in de natuur die plaatsvinden gedurende de vier seizoenen.
  • Leg uit hoe de zon invloed heeft op de temperatuur en het weer gedurende de dag.

Voordat je begint

Basisbegrippen over dag en nacht

Waarom: Leerlingen hebben al basiskennis over de zon als lichtbron en de invloed daarvan op dag en nacht, wat een goede basis is voor het begrijpen van de zon's rol in seizoensveranderingen.

Observatievaardigheden in de natuur

Waarom: Leerlingen moeten in staat zijn om veranderingen in hun omgeving op te merken, zoals de groei van planten of het gedrag van dieren, om seizoensgebonden veranderingen te kunnen beschrijven.

Kernbegrippen

seizoenEen periode van het jaar die gekenmerkt wordt door specifieke weersomstandigheden en veranderingen in de natuur, zoals lente, zomer, herfst en winter.
weerDe toestand van de atmosfeer op een bepaalde plaats en tijd, inclusief temperatuur, neerslag, wind en zonneschijn.
temperatuurDe mate van warmte of koude van de lucht, gemeten in graden Celsius.
neerslagWater dat uit de lucht valt in de vorm van regen, hagel, sneeuw of ijzel.
windLucht die beweegt, van een plek met hoge druk naar een plek met lage druk.

Pas op voor deze misvattingen

Veelvoorkomende misvattingSchaduwen zijn eigen wezens die aan je voeten vastzitten.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Laat leerlingen met een zaklamp schijnen op een los voorwerp. Door de lamp uit te doen, 'verdwijnt' de schaduw. Dit bewijst dat licht nodig is voor een schaduw en dat het geen losstaand ding is.

Veelvoorkomende misvattingDe zon beweegt zelf langs de hemel.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Dit is een lastige omdat het zo lijkt! Gebruik de simulatie van de draaiende leerling om te laten zien dat wij bewegen, waardoor de zon op een andere plek lijkt te staan. Peer-discussie over 'wat je ziet versus wat er gebeurt' helpt hierbij.

Ideeën voor actief leren

Bekijk alle activiteiten

Verbinding met de Echte Wereld

  • Boeren houden nauwlettend het weer en de seizoenen in de gaten om te bepalen wanneer ze gewassen zaaien, oogsten en beschermen tegen vorst of extreme hitte.
  • Kledingwinkels passen hun assortiment aan op basis van de seizoenen: in de winter verkopen ze dikke jassen en sjaals, terwijl in de zomer luchtige kleding en zwemkleding in de etalage ligt.
  • Meteorologen van het KNMI analyseren dagelijks weersgegevens om voorspellingen te maken, die belangrijk zijn voor zowel dagelijkse planning als voor grotere sectoren zoals de luchtvaart en scheepvaart.

Toetsideeën

Uitgangskaart

Geef elke leerling een kaartje met een seizoen erop. Laat ze één kenmerkend weersverschijnsel en één verandering in de natuur voor dat seizoen opschrijven. Bijvoorbeeld: 'Zomer: zonnig en warm, bloemen bloeien'.

Discussievraag

Stel de vraag: 'Hoe zou het weer vandaag zijn als het winter was?' Laat leerlingen hun antwoord onderbouwen door te verwijzen naar temperatuur, neerslag en geschikte kleding. Vraag vervolgens: 'Wat zie je in de natuur dat laat zien dat het nu [huidig seizoen] is?'

Snelle Controle

Laat leerlingen in tweetallen een tekening maken van een dag met zonnig weer en een dag met regenachtig weer. Ze moeten daarbij ook de temperatuur aangeven (bijvoorbeeld met een zonnetje of een regenwolkje en een thermometer-icoon) en de bijpassende kleding tekenen.

Veelgestelde vragen

Waarom is mijn schaduw 's middags korter dan 's ochtends?
Dat komt door de stand van de zon. 's Ochtends staat de zon laag en schijnt hij schuin tegen je aan, wat een lange schaduw geeft. Tussen de middag staat de zon bijna recht boven je, waardoor je schaduw klein en vlak onder je is.
Kun je een schaduw hebben als het bewolkt is?
Ja, maar hij is heel vaag. De wolken verspreiden het zonlicht naar alle kanten (diffuus licht), waardoor er geen scherpe randen ontstaan. Je kunt dit in de klas nabootsen door een zaklamp door een dun wit doekje te laten schijnen.
Wat is het verschil tussen doorzichtig en doorschijnend?
Doorzichtig betekent dat je er helder doorheen kijkt (zoals glas). Doorschijnend betekent dat er wel licht doorheen komt, maar dat je geen scherpe vormen ziet (zoals bakpapier). Laat leerlingen verschillende materialen sorteren met een zaklamp.
Hoe helpt schaduwspel bij ruimtelijk inzicht?
Leerlingen moeten leren begrijpen hoe een 3D-voorwerp wordt omgezet in een 2D-vorm op de grond of muur. Door te experimenteren met hoeken en afstanden trainen ze hun vermogen om de wereld vanuit verschillende perspectieven te bekijken.