Activiteit 01
Sorteren: Gezond of niet?
Geef groepjes kaarten met afbeeldingen van eten zoals appel, chips, broccoli en snoep. Laat ze sorteren in twee bakken: gezond en minder gezond. Bespreek daarna met de klas waarom bepaalde keuzes in welke bak horen en laat kinderen eigen voorbeelden toevoegen.
Welke voedingsmiddelen zijn goed voor jou en waarom?
FacilitatietipTijdens 'Sorteren: Gezond of niet?' loop je rond en vraag je individuele leerlingen om hun keuze hardop te verantwoorden met 'Ik denk dit is gezond omdat...'.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met de afbeelding van een voedingsmiddel (bijvoorbeeld een banaan, een koekje, een glas melk). Laat ze op de achterkant schrijven of het gezond is en waarom, en tot welke groep het behoort (fruit, snoep, zuivel).
OnthoudenBegrijpenToepassenRelatievaardighedenZelfmanagement
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 02
Proefstation: Zintuigen testen
Richt stations in met groente, fruit, snoep en chips. Kinderen proeven, ruiken en beschrijven met zintuigen, noteren of het gezond is en waarom. Wissel na 5 minuten van station en deel waarnemingen plenair.
Hoe is groente en fruit anders dan snoep en chips voor jouw lichaam?
FacilitatietipBij het 'Proefstation' geef je elke leerling een blinddoek en vraag je hen eerst te beschrijven wat ze ruiken voordat ze proeven, om de focus op zintuigen te versterken.
Waar je op moet lettenToon afbeeldingen van verschillende maaltijden op het digibord. Vraag leerlingen om met hun vingers aan te geven hoeveel 'gezonde' onderdelen (groente, fruit, volkorenproducten) ze in de maaltijd zien. Bespreek daarna kort waarom bepaalde keuzes beter zijn.
OnthoudenBegrijpenToepassenRelatievaardighedenZelfmanagement
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 03
Dagmenu plannen
Kinderen tekenen of plakken een gezond dagmenu voor ontbijt, lunch, tussendoortje en avondeten. Gebruik pictogrammen van gezonde producten. Presenteren in paren en laat de klas stemmen op het meest gebalanceerde menu.
Vertel wat jij op een dag eet en of dat gezond is.
FacilitatietipTijdens 'Dagmenu plannen' geef je groepjes een blanco A3-vellen en kleurpotloden, en vraag je hen om eerst voor elke maaltijd één groente, één fruit en één volkorenproduct te tekenen voordat ze de rest invullen.
Waar je op moet lettenVraag de leerlingen: 'Stel, je mag één keer per dag iets lekkers kiezen. Wat zou jij kiezen en waarom? Is dat een goede keuze voor je lichaam?' Laat een paar leerlingen hun keuze en reden delen met de klas.
OnthoudenBegrijpenToepassenRelatievaardighedenZelfmanagement
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 04
Verkeerslichtspel: Eetkeuzes
Gebruik rood, geel, groen kaarten voor eten: groen gezond, rood minder gezond, geel soms. Kinderen lopen rond en plaatsen producten op de juiste kleur. Bespreek grijze gebieden zoals een koekje af en toe.
Welke voedingsmiddelen zijn goed voor jou en waarom?
FacilitatietipBij het 'Verkeerslichtspel' speel je zelf het spel mee en modelleer je hardop je denkstappen ('Ik zie chips, die heeft veel vet, dus ik ga voor rood licht').
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met de afbeelding van een voedingsmiddel (bijvoorbeeld een banaan, een koekje, een glas melk). Laat ze op de achterkant schrijven of het gezond is en waarom, en tot welke groep het behoort (fruit, snoep, zuivel).
OnthoudenBegrijpenToepassenRelatievaardighedenZelfmanagement
Volledige les genereren→Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen
Begin met de misvattingen: gebruik de activiteiten om ze bespreekbaar te maken zonder direct te corrigeren. Onderzoek toont aan dat herhaalde, positieve ervaringen met gezond eten de smaakvoorkeuren van kinderen het beste beïnvloeden. Vermijd moralistische taal zoals 'goed' of 'slecht' en focus op lichaamsgevoel ('Dit geeft me energie' vs. 'Dit maakt me moe').
Succesvol leren zie je wanneer leerlingen zelfstandig gezonde keuzes kunnen benoemen, uitleggen waarom bepaalde voedingsmiddelen goed voor hun lichaam zijn en hun eigen menu kunnen samenstellen met balans. Ze gebruiken termen als 'energie', 'sterk immuunsysteem' en 'geen te veel suiker' in eigen woorden.
Pas op voor deze misvattingen
Tijdens 'Sorteren: Gezond of niet?' kijken sommige leerlingen naar de vorm van het voedsel in plaats van de inhoud. Watch for...
Geef elk groepje een bakje met voorbeelden van zowel zoet fruit als snoep en vraag hen om eerst te beschrijven wat ze zien ('Dit is een banaan, dit is een snoepje') voordat ze sorteren.
Tijdens 'Proefstation: Zintuigen testen' denken leerlingen dat groente altijd bitter smaakt. Watch for...
Bied verschillende groenten aan (wortel, paprika, komkommer) en vraag leerlingen om eerst te ruiken en te beschrijven wat ze verwachten voordat ze proeven.
Tijdens 'Dagmenu plannen' kiezen leerlingen alleen fruit omdat 'het gezond is' zonder portiegrootte te overwegen. Watch for...
Geef elk groepje een bord en vraag hen om de porties uit te beelden met kleine stukjes papier of tekeningen, en bespreek samen waarom te veel fruit niet goed is voor je tanden.
Methodes gebruikt in dit overzicht