Activiteit 01
Stationrotatie: De Tuinspeurders
Richt drie stations in: een observeerstation met loeppotjes, een sorteerstation met plaatjes van levend/niet-levend, en een tekenstation voor een habitat. Groepjes wisselen elke tien minuten om verschillende aspecten van de tuin te onderzoeken.
Welke dieren en planten kun jij vinden in de tuin of op het schoolplein?
FacilitatietipTijdens 'De Tuinspeurders' loop je mee met groepjes en vraag je gerichte vragen over wat ze zien bewegen, zoals: 'Ziet de regenworm eruit alsof hij kan groeien?' om de misvatting over beweging en leven direct te adresseren.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met de tekening van een cel (dierlijk of plantaardig). Vraag hen om twee onderdelen te benoemen en één functie te beschrijven die ze net geleerd hebben.