Activiteit 01
Stationrotatie: Verschillende Vallers
Richt vier stations in met objecten zoals bal, veer, papierprop en steen. Kinderen laten elk object vanaf gelijke hoogte los, observeren de val en noteren of het snel of langzaam valt. Groepen rotëren na 7 minuten en bespreken verschillen.
Wat gebeurt er als jij een bal of een blad loslaat?
FacilitatietipGeef tijdens de stationrotatie precieze instructies per station, zoals hoeveel vallen leerlingen moeten meten en welke objecten ze vergelijken.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met een object (bijvoorbeeld een steen, een veer, een blad). Vraag hen om één zin op te schrijven die uitlegt waarom dit object naar beneden valt en of het snel of langzaam valt.