Geluidssterkte is een onderwerp met grote relevantie voor de gezondheid van jongeren. Leerlingen leren over de decibelschaal (dB) en de logaritmische aard hiervan (de +3 dB regel). Ze onderzoeken de risico's van gehoorschade door harde muziek en lawaai, wat aansluit bij de SLO-eindtermen over veiligheid en geluid.
SLO Kerndoelen en EindtermenNASK1/K/8 GeluidNASK1/V/1 Veiligheid in het verkeer en in huis
Leerlingen gebruiken een app of decibelmeter om het geluidsniveau op verschillende plekken in de school te meten (kantine, gang, lokaal). Ze maken een 'geluidskaart' en adviseren over gehoorbescherming.
Geef leerlingen scenario's waarbij het aantal geluidsbronnen verdubbelt. Ze berekenen in paren het nieuwe dB-niveau, bespreken waarom dit niet simpelweg een verdubbeling van het getal is, en delen hun inzicht.
Groepen bouwen een geluidsdichte doos voor een zoemende telefoon met verschillende materialen (vilt, piepschuim, karton). Ze meten het verschil in dB en presenteren welk materiaal het beste absorbeert.
Als je twee keer zoveel geluidsbronnen hebt, verdubbelt het aantal decibels.
Bij een verdubbeling van het geluidsvermogen stijgt het niveau met slechts 3 dB. Door leerlingen met twee identieke geluidsbronnen te laten meten, ervaren ze zelf dat 80 dB + 80 dB gelijk is aan 83 dB.
Gehoorschade herstelt zich na een goede nachtrust.
Beschadigde trilhaartjes in het binnenoor herstellen nooit; gehoorschade is permanent. Een simulatie van hoe een 'tinnitus-piep' klinkt, maakt de ernst van dit feit indrukwekkend duidelijk.