Bij chemische reacties gebeurt er iets magisch: stoffen verdwijnen en er ontstaan compleet nieuwe stoffen met andere eigenschappen. In dit onderwerp leren leerlingen reactieverschijnselen herkennen, zoals kleurverandering, gasontwikkeling of de vorming van een neerslag. Dit sluit aan bij de SLO-doelen over chemische processen en het modelleren van reacties.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 30Examenprogramma NASK1/K/4
Op verschillende stations voeren leerlingen kleine proefjes uit (bijv. suiker oplossen, een lucifer branden, bruistablet in water). Ze noteren hun waarnemingen en bepalen of er een chemische reactie heeft plaatsgevonden.
Leerlingen krijgen voorbeelden van processen (zoals een cold-pack of een handwarmer). Ze bedenken of dit exotherm of endotherm is, bespreken waarom en leggen uit waar de energie vandaan komt of naartoe gaat.
Groepen krijgen de opdracht om door het mengen van twee kleurloze oplossingen een specifieke kleurverandering te bewerkstelligen. Ze moeten nauwkeurig hun stappen en waarnemingen loggen.
Wat is het verschil tussen een zuivere stof en een mengsel?
Leerlingen denken dat het oplossen van een stof (zoals suiker in thee) een chemische reactie is.
Leg uit dat bij oplossen de moleculen intact blijven en alleen verspreid worden. Door de suiker weer in te dampen, laat je zien dat de oorspronkelijke stof nog aanwezig is, wat bij een reactie niet zo is.
Exotherm betekent dat er altijd een vlam te zien moet zijn.
Gebruik voorbeelden zoals het roesten van ijzer of een chemische handwarmer om te laten zien dat warmteontwikkeling ook heel langzaam of zonder licht kan gebeuren.