Globalisering is de toenemende wereldwijde vervlechting op economisch, cultureel en politiek gebied. In dit laatste thema van klas 4 (Domein E5) onderzoeken leerlingen hoe grenzen vervagen en wat de gevolgen daarvan zijn voor de nationale staat. We kijken naar de macht van transnationale ondernemingen, de invloed van internationale organisaties zoals de EU en de VN, en de verspreiding van een mondiale massacultuur.
Groepen onderzoeken de productieketen van een alledaags product. Ze brengen in kaart in welke landen de grondstoffen, de productie en de marketing plaatsvinden en welke politieke en economische bindingen hiervoor nodig zijn.
Leerlingen vertegenwoordigen verschillende landen en moeten reageren op een mondiale crisis (bijv. een pandemie of klimaatvluchtelingen). Ze ervaren de spanning tussen nationaal eigenbelang en de noodzaak voor mondiale samenwerking.
Hoe beïnvloedt globalisering de nationale soevereiniteit?
Denken-Delen-Uitwisselen: Amerikanisering of Hybridisering?
Leerlingen bekijken voorbeelden van cultuur (muziek, eten, taal). Ze bespreken in tweetallen of de wereldcultuur één grote eenheidsworst wordt (Amerikanisering) of dat lokale culturen elementen mixen tot iets nieuws (hybridisering).
Globalisering is iets van de laatste twintig jaar.
Globalisering heeft diepe historische wortels, denk aan de zijderoute of de VOC. De snelheid en intensiteit zijn door internet en modern transport wel enorm toegenomen. Een tijdlijn-opdracht kan helpen om deze langetermijnontwikkeling te zien.
Door globalisering doet de nationale overheid er niet meer toe.
Hoewel de staat macht verliest aan internationale organen, blijft de nationale overheid cruciaal voor sociale zekerheid, veiligheid en identiteit. De staat moet zich eerder herpositioneren dan dat hij verdwijnt.