Productie draait om het toevoegen van waarde aan bestaande materialen. In dit thema leren leerlingen hoe de productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal (en soms ondernemerschap) samenwerken om goederen en diensten voort te brengen. We analyseren de weg van grondstof naar eindproduct en zien hoe elke stap in de bedrijfskolom waarde toevoegt. Voor vwo-leerlingen is het essentieel om te begrijpen dat toegevoegde waarde de basis vormt voor het inkomen in een land.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 46SLO Kerndoel 45
Groepen brengen de productieketen van een spijkerbroek in kaart, van katoenplant tot winkel. Per stap benoemen ze de gebruikte productiefactoren en schatten ze de toegevoegde waarde in euro's. Ze presenteren hun 'waardeketen' op een grote tijdlijn.
Welke productiefactoren zijn nodig om iets te maken?
Denken-Delen-Uitwisselen: Natuur, Arbeid of Kapitaal?
Toon afbeeldingen van verschillende bedrijven (bijv. een boerderij, een softwarebedrijf, een autofabriek). Leerlingen bepalen per bedrijf welke productiefactor het belangrijkst is en waarom. Ze vergelijken hun antwoorden in paren en discussiëren over de verschuiving naar kapitaalintensieve productie.
Geef leerlingen een reeks casussen met inkoopprijzen en verkoopprijzen van verschillende schakels in een keten. In teams moeten ze zo snel mogelijk de toegevoegde waarde per schakel en de uiteindelijke consumentenprijs berekenen.
Hoe komt de uiteindelijke verkoopprijs van een product tot stand?
Toegevoegde waarde is hetzelfde als de winst van een bedrijf.
Toegevoegde waarde is het verschil tussen de verkoopwaarde en de inkoopwaarde van grond- en hulpstoffen. Uit deze toegevoegde waarde moeten ook nog de lonen en andere kosten betaald worden voordat er sprake is van winst. Het maken van een 'waardetaart' helpt dit onderscheid te verduidelijken.
Kapitaal als productiefactor betekent alleen maar geld.
In de economie bedoelen we met kapitaal vooral kapitaalgoederen: machines, gebouwen en gereedschappen die nodig zijn voor de productie. Geld is slechts een middel om deze goederen te kopen. Door leerlingen voorbeelden van kapitaalgoederen te laten zoeken in het lokaal, wordt dit begrip concreter.