Tradities zijn niet statisch; ze veranderen met de tijd. In dit onderwerp duiken leerlingen in de geschiedenis van gebruiken en vergelijken ze 'vroeger' met 'nu'. Hoe vierden hun grootouders feest? Welke verhalen horen bij de tradities die we nu nog steeds kennen? Dit sluit aan bij Kerndoel 38, waarbij leerlingen leren over de historische context van hun omgeving.
Leerlingen interviewen thuis een oudere over een feest van vroeger. In de klas vertellen ze in kleine groepjes wat hen het meeste opviel aan de verschillen met nu.
Verschillende tafels met oude foto's of voorwerpen (bijv. een oude sjoelbak, een klederdrachtpop). Leerlingen raden waar het voor diende en bij welk feest het hoorde.
Bespreek een verandering in een traditie (bijv. van papieren lampions naar plastic met een batterij). Leerlingen geven argumenten voor de oude en de nieuwe manier.
Vroeger was alles saai en kleurloos (omdat foto's zwart-wit waren).
Laat kleurrijke beschrijvingen horen of laat voorwerpen zien. Help leerlingen inzien dat de emotie van een feest van alle tijden is.
Tradities mogen nooit veranderen.
Laat zien dat tradities juist overleven omdát ze veranderen. Gebruik voorbeelden van feesten die nu heel anders zijn dan 50 jaar geleden om dit proces van evolutie uit te leggen.