Activiteit 01
Stationrotatie: Pathogeenstructuren
Richt vier stations in: bacteriën (modellen met klei), virussen (papieren capsiden met DNA), schimmels (broodkweekjes observeren), parasieten (microscooppreparaten). Groepen rotëren elke 10 minuten, schetsen structuren en noteren reproductie. Sluit af met groepsdiscussie over overeenkomsten.
Vergelijk de structuur en reproductiestrategieën van bacteriën en virussen.
FacilitatietipZorg bij Stationrotatie: Pathogeenstructuren dat leerlingen elk station zelfstandig verkennen met de bijbehorende microscoopbeelden of modellen, voordat ze hun bevindingen klassikaal delen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een casus van een specifieke infectieziekte (bijv. malaria). Vraag hen om in 2-3 zinnen uit te leggen welke type ziekteverwekker betrokken is, hoe deze zich verspreidt (pathogenese/epidemologie) en welk aspect van het immuunsysteem mogelijk wordt omzeild.