Activiteit 01
Whole Class: Het Levende Voedselweb
Elke leerling krijgt een kaart met een organisme. Met een bol wol verbinden ze zich met hun voedselbronnen en predatoren. De docent 'verwijdert' een soort (bijv. door ziekte) om te laten zien hoe het hele web instort.
Hoe interacteren biotische en abiotische factoren binnen een ecosysteem?
FacilitatietipTijdens 'Het Levende Voedselweb' laat je leerlingen eerst individueel elk organismenlabel in de webkaart plaatsen voordat ze in groepjes het web gaan verbinden.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de naam van een biome (bv. woestijn, tropisch regenwoud). Vraag hen om drie specifieke abiotische factoren te noemen die kenmerkend zijn voor dit biome en één aanpassing van een plant of dier aan deze factoren.