Activiteit 01
Denken-Delen-Uitwisselen: Emoties in Lijnen
Leerlingen krijgen drie emoties (blij, boos, bang) en tekenen individueel lijnen die hierbij passen. Daarna vergelijken ze in tweetallen hun keuzes en bespreken ze waarom een bepaalde lijn 'boos' aanvoelt. Tot slot deelt de klas de meest opvallende overeenkomsten.
Analyseer hoe de dikte en richting van een lijn een specifieke emotie kunnen uitdrukken.
FacilitatietipTijdens 'Think-Pair-Share' geef je elk duo een blanco papier en een emotiekaart, zodat ze eerst individueel lijnen bedenken voordat ze hun ideeën met elkaar delen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met een emotie (bijvoorbeeld blij, boos, bang) of een beweging (bijvoorbeeld springen, sluipen). Vraag hen om op de kaart met één type lijn (bijvoorbeeld dik, dun, zigzag) deze emotie of beweging te tekenen en kort uit te leggen waarom ze die lijn kozen.