Activiteit 01
Station Rotatie: De Textuur-Speurtocht
Richt stations in met verschillende materialen (schuurpapier, zijde, boomschors). Leerlingen maken 'frottages' (doordrukken met potlood op papier) en proberen daarna met klei de textuur die ze voelen na te bootsen.
Verklaar hoe je de textuur van een zacht voorwerp kunt nabootsen met hard materiaal.
FacilitatietipTijdens de Textuur-Speurtocht geef je elke leerling precies vijf minuten per station en loop je actief rond om gerichte vragen te stellen over wat ze voelen en hoe ze dat zouden kunnen namaken.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een klein stukje klei en een briefje met een afbeelding van een textuur (bijvoorbeeld boomschors of wol). Vraag hen om met een specifiek gereedschap (bijvoorbeeld een tandenstoker of een stukje karton) de textuur zo goed mogelijk na te bootsen in de klei en het briefje erbij in te leveren.